Van 55% naar 87,9%: de strijd voor betere aanbestedingsdata

Nieuws | 6 juli 2026 14:29

TenderNed analyseerde de data. Richard Lennartz, directeur van de Rijksinkoopsamenwerking (RIS), deed op persoonlijke titel iets wat buiten zijn functie viel en maakte het verschil.

Drie jaar geleden stond Nederland onderaan in de Europese ranglijst voor het correct publiceren van definitieve gunningswaarden: slechts 55% van de aanbestedende diensten deed dit naar behoren. Over heel 2025 staat de teller op 84,5%, en de lijn gaat verder omhoog: voor het eerste kwartaal van 2026 is het al 87,9%. Wat is er veranderd? TenderNed analyseerde de data en vroeg Richard Lennartz naar zijn aanpak en ervaringen. Lennartz is directeur van de Rijksinkoopsamenwerking (RIS). Het verbeteren van de datakwaliteit rond gunningswaarden valt niet binnen zijn functieomschrijving. Wat hij de afgelopen jaren deed, deed hij op persoonlijke titel, omdat het past bij zijn overtuiging dat een goed werkend inkoopecosysteem staat of valt met betrouwbare data.

Waarom definitieve gunningswaarden belangrijk zijn

Het correct opgeven van de definitieve gunningswaarde is geen formaliteit. Het is een wettelijke verplichting en een bouwsteen van transparant aanbesteden. Wanneer de overheid openbaar maakt wat zij uitgeeft aan welke contracten, bouwt zij vertrouwen op bij burgers en laat zij zien waar belastinggeld naartoe gaat. Tegelijk vormt betrouwbare data de basis voor marktanalyses, beleidsevaluaties en Europese rapportages. TenderNed maakt al deze data openbaar toegankelijk via het analyse-dashboard op tenderned.nl.

Maar niet iedere aanbestedende dienst heeft dit altijd even goed op orde. Oorzaken varieerden: soms werden uurlonen opgegeven in plaats van de totale contractwaarde, soms werd een bedrag van 1 euro ingevuld. Soms werd commerciële vertrouwelijkheid onterecht als reden aangedragen om niets in te vullen, en uit nadere analyse bleek dat dit begrip veel te breed werd geïnterpreteerd.

Begin bij jezelf

Richard Lennartz werkt voor meerdere ministeries via de Rijksinkoopsamenwerking. Het was juist die breedte die hem iets deed opvallen: de scores verschilden sterk per klantteam.

“Het viel me op dat het voor enkele ministeries wel goed ging, en voor andere helemaal niet. Ik ben gaan vragen hoe dat kwam. Het bleek dat de interpretatie in het ene klantteam anders was en dat er een verschil in procedure was. Volgens mij heb ik niemand erop aangesproken: de vraag stellen was al voldoende om ermee aan de slag te gaan.”

Die interne ervaring was de aanleiding om breder te kijken. Want als dit intern al speelde, hoe zat het dan bij andere aanbestedende diensten in Nederland?

Openbare data als hefboom

In plaats van een werkgroep op te richten of een ambtelijk traject te starten, koos Lennartz voor een directe aanpak. Hij analyseerde de openbare data van TenderNed en nam persoonlijk contact op met aanbestedende diensten die onrealistische gunningswaarden publiceerden. Dat deed hij via LinkedIn, via DM’s naar mensen in zijn netwerk, en als die er niet waren via de contactgegevens van de Kamer van Koophandel.

De reacties waren overwegend positief, en dat verraste hem eigenlijk niet.

“Veruit de meesten reageerden net zoals ik toen ik onze eigen cijfers voor het eerst zag: ‘hé wat raar, kan me niet voorstellen dat wij dat niet goed hebben ingeregeld’. Dat zegt veel over het professionalisme van de Nederlandse inkoop: iedereen wil het graag goed doen.” 

Ook externe bureaus benaderde hij, via de mailadressen die als contactgegevens stonden bij de aanbestedingen. Dat leverde een interessante nuancering op. Een deel van de onjuiste publicaties bleek afkomstig van bureaus die bemiddelen bij verzekeringsaanbestedingen: zij verwezen voor de gunningswaarden door naar de aanbestedende diensten en hebben toegezegd die voortaan nadrukkelijk te attenderen op hun publicatieplicht. Daarnaast bleken enkele bureaus TenderNed te gebruiken voor de verkoop van grond, waarvoor geen publicatieplicht geldt. Dat verklaarde een deel van de afwijkingen, zij het in beperkte aantallen.

Wat de TenderNed-data laat zien

TenderNed volgt de ontwikkeling via het dashboard Definitieve gunningswaarden. De cijfers over heel 2025 laten een duidelijke stijging zien: inmiddels is 87,9% van de gegunde opdrachtwaarden realistisch gepubliceerd. Dat is een forse sprong ten opzichte van 55% drie jaar geleden. Ter toelichting: dit cijfer heeft betrekking op het aantal gunningen, niet op het aantal aanbestedende diensten. Die verhouding loopt niet een-op-een.

Toch is de klus nog niet geklaard. Een kleine groep van circa vijftig externe bureaus is verantwoordelijk voor het overgrote deel van de resterende onjuiste waarden. Het Pareto-principe is ook hier van toepassing: tien bureaus zitten achter zo’n 65% van alle nationale onjuiste gunningswaarden.

Voor Lennartz ligt de lat hoog. Europa scoort gemiddeld rond de 98% en dat is voor hem de maatstaf. Al nuanceert hij dat zelf ook meteen:

“Als het boven de 90% komt, ga ik me afvragen hoeveel inspanning er nog nodig is. Als het veel eenmalige aanbestedingen zijn van kleine diensten, kost het wellicht onevenredig veel moeite. En levert het aan transparantie nauwelijks iets extra’s op.”

Geen norm voor een percentage, wel een norm voor gedrag

Een belangrijk punt dat Lennartz wil benadrukken: er bestaat geen wettelijke norm voor een bepaald percentage correct gepubliceerde gunningswaarden. Wat er wel is, is een norm voor wanneer publicatie verplicht is en wanneer niet.

“Kijk echt of je het proces goed hebt ingeregeld. En test het door periodiek een staatje van de data op te vragen.” 

Die zelfreflectie, juist intern, is wat hij aanbestedende diensten meegeeft. Niet als verwijt, maar als uitnodiging.

Publiceren van realistische gunningswaarden is ook eigen belang

Correct publiceren is niet alleen een wettelijke verplichting. Het is ook in het eigen belang van aanbestedende diensten. Met betrouwbare, openbare data is het mogelijk om inzicht te krijgen in markten en op basis daarvan de aanbestedingsstrategie te verbeteren. Denk aan vragen als: wat is de beste perceelindeling, wat is de maximale omvang van een perceel, en in welke periodes van het jaar levert publiceren de sterkste aanbiedingen op? Dat soort analyses is al goed mogelijk zonder AI, zoals verschillende marktpartijen laten zien. Met AI worden de mogelijkheden op korte termijn alleen maar groter. En hoe betrouwbaarder de onderliggende data, hoe beter de adviezen die daaruit voortkomen.

De rol van TenderNed: zichtbaarheid en zelfreiniging

Lennartz ziet een duidelijke rol weggelegd voor TenderNed in het verder verbeteren van de datakwaliteit. Niet als toezichthouder, maar als facilitator van transparantie.

“De gegevens zijn nu immers al beschikbaar. De verwerking en juiste presentatie maakt ze tot zichtbaarheid. Ik hoop dat er een dashboard komt waarop iedereen eenvoudig kan zien hoe organisaties scoren. De meerderheid doet het goed en vrijwel iedereen wil bij de meerderheid horen. Ik reken op een stukje zelfreiniging.” 

Daarnaast pleit hij voor periodieke berichtgeving, bij voorkeur jaarlijks, waarbij TenderNed aanbestedende diensten informeert over hun eigen score. En niet alleen via de reguliere contactpersonen, maar ook via de controllers van de betreffende organisaties.

TenderNed werkt aan de doorontwikkeling van het analyse-dashboard en verkent hoe aanbestedende diensten beter ondersteund kunnen worden bij het inzichtelijk maken van hun eigen datakwaliteit. De openbare data zijn al beschikbaar via tenderned.nl/aanbesteden-in-cijfers.

Aan de slag

Wilt u als aanbestedende dienst weten hoe uw organisatie scoort op het publiceren van definitieve gunningswaarden? Bekijk de openbare data op tenderned.nl/aanbesteden-in-cijfers. Heeft u vragen of wilt u een analyse op maat? Neem contact op met het analyseteam via analyse@tenderned.nl.

Naar boven
Logo Rijksoverheid - Naar beginpagina van Tenderned.nl