“Overzicht vooraf maakt samenwerking mogelijk”

Nieuws | 28 augustus 2026 09:05

Jarenlang stelde Jan van der Ploeg, zelfstandig inkoopprofessional, op eigen initiatief in eerste instantie een regionale en later een landelijke aanbestedingskalender samen. Elk kwartaal verzamelde hij de planningen van aanbestedende diensten, goot ze in één format en deelde het resultaat via LinkedIn. Zijn bestand vormde mede de aanleiding voor de TenderKalender, die sinds 1 juli 2026 live staat. Inmiddels denkt hij mee over de doorontwikkeling. “Het begon met de vraag: hoeveel werk komt er de komende jaren op ons af?”

Van aardbevingsschade naar een kalender

Het idee ontstond rond 2017 in Groningen, waar de aardbevingsproblematiek een enorme versterkings- en nieuwbouwopgave met zich meebracht. Een consortium van publieke en private partijen, waaronder overheden, scholengemeenschappen en de arbeidsmarktregio, wilde weten wat die opgave concreet zou betekenen.

“De vraag was: hoeveel werk levert dit op in de regio, en hoe zorgen we dat de baten ook in de regio terechtkomen? Als je weet welke aanbestedingen eraan komen, kun je lokale bedrijven laten voorsorteren. En je kunt opleidingen koppelen aan de beroepen die door die opgave ontstaan.”

Van der Ploeg leverde een bijdrage aan het opzetten van die eerste aanbestedingskalender. Die werd gekoppeld aan social return: op basis van de planning kon vooraf worden bekeken welke opleidingen nodig waren. Het bijbehorende Duizend Banenplan bleek succesvol, vertelt hij: binnen drie jaar waren duizend mensen aan het werk.

Het gedachtegoed bleef hangen. Enkele jaren later begon hij in Noord-Nederland opnieuw, dit keer aangehaakt bij het InkoopPlatform Noord-Nederland (IPNN). Elk kwartaal stelde hij een regionale kalender samen en deelde die via LinkedIn. Anderhalf tot twee jaar geleden kwam vanuit zijn netwerk de vraag of er ook een landelijke versie mogelijk was.

“De eerste landelijke kalender publiceerde ik in april 2025. Daar kreeg ik bijna 80.000 weergaven op LinkedIn op.”

Twintig tot dertig uur per kwartaal

Achter dat overzicht ging veel werk schuil. Aanbestedende diensten publiceren hun planning op uiteenlopende manieren, als ze het al doen. Van der Ploeg moest eerst achterhalen wie wat publiceert en waar. Hierbij kreeg hij in eerste instantie hulp van Henk Timmer van Aanbestedingszaken.nl, die de vraag op LinkedIn stelde in welke provincies aanbestedende diensten hun aanbestedingen publiceren. Hiermee ging Van der Ploeg vervolgens aan de slag.

“De ene organisatie gebruikt Excel, de andere een pdf. Sommige noemen alleen het jaartal, andere een periode. Soms staat erbij om welke productgroep of sector het gaat, soms niet. Dat probeerde ik allemaal om te zetten naar één overzicht. Daar zat ik soms twintig tot dertig uur in.”

Vandaar ook de kwartaalfrequentie. “Anders hield ik geen tijd over om mijn geld te verdienen”, zegt hij lachend, want het opstellen van de landelijke aanbestedingskalender was vrijwilligerswerk.

Waar gebruikers mee geholpen waren

De reacties kwamen uit twee hoeken. Inkopers zagen bij collega-organisaties opdrachten voorbijkomen die op die van henzelf leken, en namen contact op om bijvoorbeeld samen een marktconsultatie te organiseren. Ondernemers en tenderbureaus gebruikten het overzicht om zich voor te bereiden en tijdig contact te leggen met partijen die mogelijk belang hebben om mee te doen met bepaalde aanbestedingen.

“Een klein bedrijf zei tegen mij: er zijn drie aanbestedingen die voor mij interessant zijn, maar ze vallen allemaal in hetzelfde kwartaal. Daar heb ik de capaciteit niet voor. Als ik dat vooraf weet, kan ik bij die aanbestedende diensten vragen of de planning aangepast kan worden.” 

Ook de VNG raakte geïnteresseerd en stelde vragen over de aanpak. Via die lijn kwam het contact met TenderNed tot stand, wat uiteindelijk leidde tot de TenderKalender.

Van eigen bestand naar TenderKalender

De overdracht van zijn bestand naar het systeem van TenderNed heeft Van der Ploeg als positief ervaren. Wat hij vooral waardeert, is dat meerdere partijen de noodzaak zagen.

“Je ziet dat de behoefte er is om informatie te delen, ook bij organisaties die zelf hun planning nog niet publiceerden. Dat helpt om gewicht in de schaal te leggen.”

Over het resultaat is hij duidelijk: de TenderKalender kan meer dan zijn eigen bestand ooit kon.

“Ik had alleen een pdf of een Excelbestand, waar je maar beperkte informatie in kwijt kon. Wat er nu in de TenderKalender kan, is al uitgebreider dan wat ik mogelijk had kunnen maken. Ik ben blij dat die stap gezet is.”

De koppeling met publicatie

Gevraagd naar de belangrijkste doorontwikkeling noemt Van der Ploeg twee dingen. Allereerst het volume: hoe meer organisaties hun planning publiceren, hoe waardevoller het overzicht wordt. En daarnaast de koppeling tussen de TenderKalender en de publicatie van de aanbesteding zelf.

“Als de data uit de TenderKalender straks gebruikt kan worden bij de publicatie van een aanbesteding, wordt het voor aanbestedende diensten veel makkelijker. Je maakt alles in één proces inzichtelijk en je hoeft het maar één keer in te voeren. Ik verwacht dat de adoptie daardoor toeneemt.”

Wat de TenderKalender onmisbaar maakt

Naast die koppeling ziet Van der Ploeg vooral winst in het onderlinge gesprek tussen aanbestedende diensten. Wie ziet dat een collega-organisatie in dezelfde regio een vergelijkbare opdracht op de markt zet, kan daarover afstemmen.

“Is het zinvol dat we op hetzelfde moment dezelfde aanbestedingen publiceren, of kunnen we dat spreiden? Je hoeft niet gezamenlijk aan te besteden, dat kan wel, maar je kunt in elk geval samen informatie delen. Denk aan een gezamenlijke marktconsultatie voor een bepaalde productgroep in de eigen regio.”

De provincies Groningen en Drenthe deden op die manier samen een marktconsultatie voor cateringsdienstverlening. Daarna kozen ze ervoor om de uitvraag zelf los van elkaar op de markt te zetten.

Dat scheelt tijd aan beide kanten, stelt hij. “Zowel marktpartijen als aanbestedende diensten hebben te maken met beperkte resources. Laten we dan kijken hoe we het zo efficiënt mogelijk organiseren.” Bovendien vergroot een vooraankondiging volgens hem de kans op meerdere inschrijvingen, wat de concurrentie ten goede komt.

Ook buiten de directe inkoopketen ziet hij toepassingen. Arbeidsmarktregio’s kunnen anticiperen op de vraag naar personeel, en belangenorganisaties op MVOI-thema’s kunnen hun expertise vroegtijdig aanbieden.

“Als je ziet dat er een aanbesteding voor wegonderhoud aankomt, kun je als organisatie met kennis van circulariteit of biodiversiteit vooraf meedenken. Dan kun je aangeven wat marktpartijen op dat gebied al kunnen.”

Dit biedt volgens Van der Ploeg ook meer kansen om impactondernemingen te betrekken bij maatschappelijke vraagstukken, als hoofd- of onderaannemer.

Tot slot

Zijn advies aan andere inkopers is kort.

“Zet zoveel mogelijk informatie in de TenderKalender. Zorg dat het accuraat en actueel is. En blijf in verbinding met marktpartijen. Samenwerken loont, want uiteindelijk werken we samen aan een beter Nederland.” 

Naar boven
Logo Rijksoverheid - Naar beginpagina van Tenderned.nl